Filosoof

Comenius zoekt naar de ordening en de samenhang van alle dingen. Het brengt hem tot de hiërarchische indeling van God, mens en natuur. De mens staat als middelaar onder God maar boven de natuur. Als evenbeeld van God kan de mens heersen over de natuur en de wetenschap (eruditio) moet hem helpen om die heerschappij over de natuur te verwezenlijken.

Mensen moeten ook verstandig met elkaar omgaan en de politiek (politia) moet daartoe de principiële gelijkheid van mensen bevestigen. De religie (religio) dient echter de onderwerping van de mens aan Gods wil. Of zoals Comenius het in zijn Pampaedia schrijft: "Aan ieder mens is als mens op deze aarde een drieledige omgang opgedragen. Allereerst komt de mens met de lagere schepsels in aanraking om deze te leren kennen en nuttig te gebruiken. Ten tweede heeft hij omgang met de andere mensen, zijn gelijkgeaarde broeders; met hen moet hij in vrede leven in een wederzijdse vriendschapsdienst. De derde omgang heeft hij met de Heer aller dingen, met God zelf".

Om tot kennis te kunnen komen ziet Comenius drie mogelijkheden:
"De eerste methode is vergelijkend.
Zij maakt het mogelijk om iets gelijksoortigs te bestuderen wat men bij het betreffende onderwerp niet kan waarnemen (synkritische methode).
De tweede methode is de ontledende.
Zij maakt het mogelijk de in een geheel verborgen delen aan het licht te brengen (analytische methode).
Tenslotte is er de samenstellende methode.
Zij maakt het mogelijk om elke totaliteit vanuit haar delen te begrijpen (synthetische methode)".

Comenius' zoektocht brengt hem tot zijn streven naar de pansofie die hij omschrijft als "universele wijsheid, namelijk de kennis van alle dingen die er zijn, van de manier waarop zij bestaan en de wetenschap omtrent hun doel en gebruik, waartoe zij er zijn".

Jan Amos Comenius - (1592 - 1670)