Pedagoog

"De mensen moeten zoveel mogelijk hun wijsheid niet uit boeken putten, maar uit hemel en aarde, uit eiken en beuken, dat wil zeggen zij moeten de dingen zelf kennen en onderzoeken en niet alleen andermans waarnemingen daarover", schrijft Comenius in zijn Grote Onderwijsleer (1657).
In hetzelfde boek pleit hij ervoor dat alle kinderen, rijk en arm, jongen en meisje, uit stad of dorp in staat worden gesteld om naar school te gaan. Hij stelt zich ten doel alle mensen alles te leren.

Zijn didactiek baseert Comenius op de zintuiglijke waarneming, het gebruik van het verstand en het besef van goddelijkheid. Hij stelt voor om vijf vakgebieden in de school te onderwijzen: wetenschappen, kunsten, talen, zedenleer en in zijn ogen het allerbelangrijkste: vroomheid.
Het doel van de opvoeding is in de eerste plaats dat de mensen hun leven zullen leiden zoals God het bedoeld heeft. Maar het onderwijs dient ook een tweede doel want zoals het kind in de baarmoeder wordt voorbereid op het leven op aarde, is het leven op aarde de leerschool voor de academie van het eeuwige leven.

In zijn latere leven komt hij tot een indeling van het leven als leerschool met de volgende niveaus:

  1. van de prenatale ontwikkeling,
  2. van de prille kinderjaren,
  3. van de knapenleeftijd,
  4. van de puberteit,
  5. van het jongelingschap,
  6. van de volwassenheid,
  7. van de hoge ouderdom,
  8. van de dood.

Wijs worden is daarmee een opgave voor het hele leven geworden.

Rousseau, Fröbel, Pestalozzi en Montessori en vele anderen hebben zich door zijn ideeën laten inspireren.

Jan Amos Comenius - (1592 - 1670)