Politicus

Comenius voelt zich zeer betrokken bij de politieke ontwikkelingen van zijn tijd. Hij zet zich in om de vredesonderhandelingen aan het einde van de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) zo te beïnvloeden dat godsdienstvrijheid voor de protestanten in zijn vaderland wordt gegarandeerd. Dat lukt niet.

Comenius pleit in zijn werken voor vrede en sociale gerechtigheid. De geschiedenis van de mensen is een geschiedenis van oorlogen, van het labyrint van geweld waar de mensen eindeloos in ronddolen. De oorzaken ziet hij in de godsdiensttwisten en de menselijke hebzucht die leidt tot concurrentie.

Hij roept op tot wereldwijde gerechtigheid: "Met de wereldhandel moeten in de toekomst niet slechts enkelen ten eigen bate schatten opstapelen, maar allen die in de Heer leven (op de gehele reeds aan God gewijde aarde) moeten eten, drinken, zich kleden en verheugd de God van de hele aarde prijzen. Wat een gelukzalig tijdperk, wanneer het eenmaal vergund zal zijn dit te beleven!"

 

Jan Amos Comenius - (1592 - 1670)