Theoloog

"Ik ben van geboorte Moraviër, qua taal Bohemer en van beroep theoloog" schrijft Comenius in 1657 in zijn Opera Didactica Omnia. In de theologie van de Broedergemeente heeft de bijbel het hoogste gezag. Het geloof en de daarmee onlosmakelijk verbonden christelijke naastenliefde vormen de basis van de gemeente.
De Broedergemeente ziet zichzelf niet als groep uitverkorenen, maar als deel van de algemene kerk met als taak om de oorspronkelijke kerk te doen herleven en voorbereid te zijn op de wederkomst van Christus.
Comenius dient zijn kerk als leraar, rector, predikant, archivaris en bisschop.

In het werk van Comenius zijn verwijzingen naar bijbelsteksten nooit ver weg. In zijn denken staat God in het middelpunt. De wil van God is voor de mensen kenbaar door wat hij noemt 'de drie boeken van God': de schepping die door God is gemaakt, de bijbel die het woord van God is en de mens die naar Gods evenbeeld is geschapen. Wanneer de mens zich niet door God en zijn ordening wil laten binden maar zijn eigen baas wil zijn, en daarmee zijn eigen god, is dat in zijn ogen het begin van alle kwaad.

Zijn leven lang wijst Comenius erop dat de mens en de wereld in zijn huidige toestand niet in orde zijn. Hij plaatst daar de door God gewilde toestand van vrede en gerechtigheid tegenover. De verbetering van de mens en de gehele wereld wordt een verlangen voor hem wat hem ook op het pad van de pedagogie, filosofie en politiek brengt.

Jan Amos Comenius - (1592 - 1670)