Comenius

Comenius wordt geboren op 28 maart 1592 in Nivnice als Jan Amos Komenský, in de buurt van het huidige Uherský Brod. Op 12-jarige leeftijd wordt hij wees. Hij groeit op in de gemeenschap van de Broedergemeente die in navolging van Jan Hus (1369-1415) de zuivering van de kerk nastreeft.

In 1608, op 16-jarige leeftijd, gaat hij naar de Latijnse school van de Broedergemeente in Prerov. Van 1611 tot 1614 studeert hij theologie aan de universiteiten in Herborn en Heidelberg. In 1614 keert hij terug naar Prerov en wordt hij rector van zijn oude school. In 1616 wordt hij tot predikant van de Broedergemeente gewijd. In het jaar 1618 treedt hij in het huwelijk. In hetzelfde jaar breekt de Dertigjarige Oorlog uit (1618-1648).

Zijn dienstbaarheid aan zijn kerk en de politieke omstandigheden in Europa zullen zijn leven in hoge mate bepalen. Van 1621 tot 1628 moet hij onderduiken omdat zijn geloofsovertuiging niet wordt erkend door de katholieke overheid. Nadat hij in 1628 zijn vaderland moet ontvluchten, verblijft hij in Polen, Engeland, Zweden en Hongarije. In 1656 vestigt hij zich op uitnodiging van de welgestelde familie De Geer in Amsterdam. Hier leeft en werkt hij de laatste veertien jaar van zijn leven. Hij sterft op 15 november 1670 in Amsterdam en wordt in de Waalse kerk te Naarden begraven.

Jan Amos Comenius - (1592 - 1670)